This Theme Supports a Custom FrontPage

Gerard Brom, wie maalt erom?

Gerard Brom, wie maalt erom?

Sommige boeken zijn zozeer het tegenovergestelde van ‘light reading‘, dat het lezen ervan voelt als zelfkastijding. Penitentie voor begane zonden. Daarin kan een zeker masochistisch genoegen schuilen – of gáán schuilen, wanneer je de zelftuchtiging maar lang genoeg volhoudt. Pets, klinkt de karwats, pets, pets – doe mij nog maar een bladzijde, en nog één, en nog één, pets, pets… Een dergelijke ervaring had ik bij het lezen van Heraut van de katholieke herleving, een onlangs verschenen, baksteenzware biografie van de letterkundige en cultuurhistoricus Gerard Brom (1882-1959), door Paul Luykx.

Lees verder OverGerard Brom, wie maalt erom?

Gepieker op een lege kerkbank

Gepieker op een lege kerkbank

Zouden de kerkbanken vandaag de dag nog vol zitten als de katholieke Kerk de afgelopen vijftig jaar de traditionele liturgie niet aan de kant had gezet, het godsdienstonderwijs niet uit handen had gegeven, en ook gevestigde gebruiken als de biecht niet had laten verslonzen? Die intrigerende suggestie wordt gewekt in een lezenswaardige opiniebijdrage in de Volkskrant gisteren, van Olaf van Boetzelaer. Met veel van zijn observaties ben ik het van harte eens, maar toch lijkt de achterliggende analyse me erg eenzijdig.

Lees verder OverGepieker op een lege kerkbank

“Ik vrees de dood niet…”

“Ik vrees de dood niet…”

“Ik ben niet bang te sterven en ik weiger niet te leven.”

De voetnoot bij deze uitspraak meldt met grote geleerdheid: Vgl. Sulpicii Severi Epistola III ad Bassulam socrum suam. Google vulde de gaten in mijn kennis van het Latijn en de kerkgeschiedenis in: het betreft de derde brief van de vroegchristelijke schrijver Sulpicius Severus aan zijn schoonmoeder, Bassula. In een Engelse vertaling is die integraal online te vinden. Na enige bittere verwijten aan de geadresseerde (schoonmoeders waren reeds in de 4e eeuw impopulair, zo blijkt maar weer) gaat Severus over op het beschrijven van de laatste levensdagen van een bekendere tijdgenoot, de heilige Martinus van Tours (juist, Sint Maarten). Het is over hem dat Severus opmerkt dat hij noch vreesde te sterven, noch weigerde te leven. In de derde persoon.

In de eerste persoon enkelvoud kwam ik deze uitspraak echter tegen in het zeer lezenswaardige geestelijke dagboek van de zalige Angelo Guiseppe Roncalli. Hij noteerde deze woorden tijdens een retraite in Fietta, zo’n tachtig kilometer boven Venetië (waar hij destijds kardinaal was), in mei 1953.

Lees verder Over“Ik vrees de dood niet…”