This Theme Supports a Custom FrontPage

De opspringzin van Willem Jan Otten

De opspringzin van Willem Jan Otten

“En degene die naast je staat aanstoten, maar die keek niet.”

Dit was mijn opspringzin in een essay van Willem Jan Otten met de titel De opspringzin. Ik (her-)las het in zijn fraaie essaybundel Onze Lieve Vrouwe van de Schemering, in de trein naar Den Haag, waar de schrijver gisteren de P.C. Hooft-prijs in ontvangst mocht nemen. Otten grossiert in dit soort zinnen; terloopse gedachten of observaties, die de kern van het betoog niet willen of kunnen zijn, maar die de lezer toch doen opveren, die herkenning en bevreemding tegelijk wekken, die een hele nieuwe wereld openen, niet zelden geheel los van de context waarin ze eigenlijk geschreven zijn. Deze ene achteloze zin zette bij mij een reeks gedachten in beweging over de relatie tussen schrijvers en lezers. Maar daar ging het essay verder niet over. Niet echt.

Lees verder OverDe opspringzin van Willem Jan Otten

Hij verheft zijn stem niet

Hij verheft zijn stem niet

Vandaag. Vandaag bedank ik de goede God op mijn blote knietjes voor het bestaan van Willem Jan Otten. Ik lees momenteel zijn prachtige essaybundel Onze Lieve Vrouwe van de Schemering. Een feest van herkenning, op meerdere niveaus, en ik zou hier iedere dag wel het een of andere fenomenale inzicht van de virtuele daken willen schreeuwen, ware het niet dat ik dan niets anders zou doen dan Ottens inzichten herhalen, en met veel minder mooie woorden dan die Otten hanteert. Dus dat houdt ook niet over. Ga het boek zelf maar lezen, je zult er geen spijt van krijgen.

Lees verder OverHij verheft zijn stem niet

Bang? Nog voor geen sikkepitje!

Bang? Nog voor geen sikkepitje!

Bij een antiquariaat tikte ik vandaag een schitterend boekje op de kop: Verhalen uit de levens van God’s lieve heiligen. Uitgegeven door Van Munster te Amsterdam in 1925, “onder goedkeuring van den Keurraad voor Roomsche Jeugdlectuur”. Zoals de titel al wel aangeeft, is het een boekje met heiligenlevens, toegesneden op een jeugdig lezerspubliek. Al vanaf de openingszin was ik dol op dit boekje.

“Bang? Nog voor geen sikkepitje. Ze durfde alles: in bomen klimmen, slootje springen en veel meer nog.”

Dit gaat over St. Reinilda. Of wat te denken van St. Hubertus:

“Die was niks heilig in ’t begin. O nee! ’t Leek er niet op. Veel plezier maken kon hij en feest vieren en slapen en eten en vooral veel op jacht gaan.”

Ik moet de neiging onderdrukken om het hele boekje te citeren, want het staat vol met dergelijke heerlijke archa├»sche frasen. Maar denk nu niet dat ik dit boekje heb gekocht om vanuit een moderne zelfgenoegzaamheid te gniffelen om zo veel ouderwetse stichtelijkheid en brave kneuterigheid. Ik vind dit oprecht mooi – geen kitsch of camp of wat dan ook.

Lees verder OverBang? Nog voor geen sikkepitje!