Twee zieke vrouwen

“…en voegde eraan toe
dat men haar te eten moest geven.” (Mc. 5:43)

talitakoemiDe evangelielezing van afgelopen zondag zit zo vol met wonderbaarlijke gebeurtenissen, dat je bijna over deze laatste zin heen zou lezen. Het is een formaliteit, zou je denken, een zijdelingse opmerking. Jezus heeft zojuist het twaalfjarige dochtertje van Jaïrus uit de dood gewekt. “Talita koemi“, had Hij eenvoudigweg gezegd, “Meisje, sta op.” De mensen waren stomverbaasd toen het kind dat deed en meteen rond ging lopen – “want het was twaalf jaar”, voegt de evangelist daar aan toe, alsof dat afdoende verklaart waarom zij direct rond begon te lopen nadat zij uit haar ziek- en sterfbed opgestaan was. Zo’n jonge meid heeft dan vast geen last van wiebelige benen of duizeligheid, nee, ze is meteen weer vrolijk en opgewekt. — Dat laatste is natuurlijk een interessant woord in deze context.

Maar des te opmerkelijker is het dat Jezus daarna toch nog tegen de omstanders zegt dat zij haar te eten moeten geven. Waarom doet hij dat? Ze is weer volledig genezen en fit. Bovendien: haar vader Jaïrus is een man van aanzien, de overste van de synagoge, dus we kunnen aannemen dat hij in goede doen is en dat er geen risico bestaat dat het kind niet te eten zal krijgen. Zij is al omringd door omstanders die bezorgd om haar zijn en rouwen wanneer zij gestorven is. Er zal heus wel iemand zo snugger zijn om het kind wat te eten en drinken te geven, wees maar niet bang.

De zieke vrouw raakt de mantel van Jezus aan En nu valt me ineens op hoezeer dit verhaal van de dochter van Jaïrus contrasteert met de passage die daar aan voorafgaat. Want als Jezus met Jaïrus naar diens zieke dochtertje snelt, is er een vrouw in de menigte die al twaalf jaar aan bloedvloeiing lijdt. Twaalf jaar, zij is dus al precies zo lang ziek als het meisje oud is. Volgens de joodse wetten is deze vrouw onrein, en als je haar aanraakt ben je het zelf ook. Ook zij wordt, net als het zieke dochtertje, omringd door mensen, maar juist door mensen die niets van haar moeten weten, die haar vies vinden en die dus niet geneigd zullen zijn zich om haar te bekommeren of haar te eten te geven. En anders dan de familie van Jaïrus is zij onaanzienlijk en arm — al haar geld is opgegaan aan dokters, lezen we — dus waarschijnlijk kan deze vrouw zelf maar amper in haar eigen onderhoud voorzien.

Deze vrouw raakt de mantel van Jezus aan en wordt genezen. Niet Jezus, maar de vrouw zelf neemt het initiatief. Jezus merkt het echter wel op. “Wie heeft mijn kleren aangeraakt?”, vraagt Hij. Een tamelijk absurde vraag aangezien zij zich een weg door een menigte banen — zijn leerlingen zeggen Hem dat dan ook in Zijn gezicht. Onverstoord zoekt Jezus echter degene die Hem aangeraakt heeft. De vrouw werpt zich voor Hem neer en bekent alles. Voor de aanwezigen moet een het een schandalige opmerking zijn die Jezus dan maakt — want in feite impliceert hij dat Hij niet onrein is geworden door haar aanraking, maar dat zij daarentegen rein is geworden door Hem aan te raken. Hij zegt:

“Dochter, uw geloof heeft u genezen.
Ga in vrede en wees van uw kwaal verlost.”

Twee zieke vrouwen, twee genezingen, diametraal tegenovergestelde omstandigheden… En dan die mysterieuze, schijnbaar loze opmerking dat men het kleine meisje te eten moest geven. De arme vrouw, díe moest men te eten geven — het zou geen overbodige opmerking zijn wanneer Jezus dat even expliciet had gezegd, gezien de wijze waarop in die tijd met ‘onreine’ mensen om werd gegaan.  Maar nee, haar zendt Hij eenvoudigweg heen in vrede. Lekker makkelijk.

Schoonheidsfoutjes van een verder goedbedoelende wonderdoener? Of achteloosheid van Marcus, de schrijver van de tekst? Ik denk het niet.

Volgens mij brengt deze adembenemende passage ons op het spoor van iets heel wezenlijks, namelijk het verschil tussen Jezus en een tovenaar. Zowel christenen als niet-christenen hebben vaak moeite het verschil te zien; prima vent, die Jezus, maar vanwaar toch die kunstjes? Pas door eindeloze relativeringen, historische contexten of vage onderscheidingen tussen letterlijke en figuurlijke interpretaties kunnen mensen er dan een mouw aan passen. Maar ik denk dat we dan de meest wezenlijke les uit het oog verliezen.

Jezus voedt een menigteWat leren die wonderen ons? Niet dat Jezus knappe toverkunstjes uithaalde en wij daarom in Hem moeten geloven. Nee, stuk voor stuk wijzen de wonderen ons op onze eigen verantwoordelijkheid. Wie van Jezus — of breder, van geloof in z’n algemeenheid — verwacht dat Hij alle kwaaltjes en ellende wel eventjes op komt lossen, komt bedrogen uit. Het meest wonderlijke aan de wonderen van Jezus, is dat Hij ze vaak uitbesteedt. Neem het beroemde verhaal van de wonderbaarlijke vermenigvuldiging: Jezus trok daar niet zelf de broden en vissen als een tovenaar uit zijn hoge hoed, nee, Hij liet de leerlingen rondgaan met de manden en iedereen had voldoende. Niet Zijn trucjes zijn doorslaggevend, maar wat wij er zelf mee doen.

En dan is plots die ene opmerking waarmee ik dit stukje begon met een heel andere betekenis beladen: niet ik, lijkt Jezus te zeggen, maar jullie zelf zijn verantwoordelijk voor de genezing van dit meisje. Geef haar te eten. Onderricht haar, voedt haar lichaam en haar geest. Want uiteindelijk is ze pas ‘genezen’ wanneer zij daar zelf voor kiest, zoals de arme vrouw buiten, die op eigen initiatief de mantel aanraakte… Zij wist al dat ze niet moest gaan zitten afwachten totdat Jezus naar haar toe zou komen, ze ging zelf — zij wachtte niet gedwee op een wonder, maar werkte eraan, zij zelf bewerkstelligde het wonder, niet Jezus. Dat inzicht zullen het opgewekte meisje van twaalf en haar naasten nog moeten verwerven, dat is het voedsel dat zij allemaal nog nodig hebben…

1 gedachte over “Twee zieke vrouwen

  1. Hé, dat is inderdaad ook een mooie conclusie uit dit verhaal 🙂 Ik heb het twee keer gehoord dit weekend (zaterdagavond in de Mis, en zondag in de protestantse dienst bij mijn vriend – het geluk is dat men daar goed liturgisch besef heeft en dat houdt o.a. in dat er een oecumenisch rooster wordt gevolgd wat verdacht veel weg heeft van het katholieke lezingenrooster ;)). In beide preken kwamen weer andere aspecten naar voren, maar in geen van beide kwam dit onder de aandacht.

    En dan die 12 jaar, dat kan ook geen toeval zijn. Op het eerste gezicht zou ik denken dat het ook iets te maken heeft met de 12 stammen van Israël, maar hoe precies – daar ben ik nog niet uit. Hoeft ook niet – dit soort verhalen is genoeg voor een heel leven! Over drie jaar horen we ‘m weer langskomen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *