Vastengasten

Waar hebben de kerk en de wereld vandaag het meeste nood aan? Die vraag werd me gisterenavond gesteld, bij aanvang van de discussiebijeenkomst Vastengasten in Tilburg. Mij schoot direct de mooie preek van paus Franciscus tijdens zijn inauguratiemis te binnen. Hij had gesproken over tenerezza. Hartelijkheid, meer nog: tederheid. Een woord dat je maar weinig hoort in theologische traktaten. Tederheid, zo had de paus gewaarschuwd, moet je niet verwarren met zwakheid; zij is juist een teken van geesteskracht, van compassie.

Het gesprek in Tilburg ging tussen de Brabantse troubadour Gerard van Maasakkers en mijzelf, en werd kundig geleid door journalist Martin Volder. Het werd, vond ik, een memorabele avond. Ik geloof dat Van Maasakkers en ik als tegenpolen waren geprogrammeerd; maar dat pakte toch wat anders uit…

Gerard van MaasakkersOp papier klopt het wel. Gerard van Maasakkers (1949), opgegroeid in de nadagen van het Rijke Roomse Leven in het katholieke Brabant, die in de loop van de jaren zijn geloof verloor. Anton de Wit (1979), ook opgegroeid in het katholieke Brabant, maar al ver ná de nadagen van het Rijke Roomse Leven, die na een periode van fanatiek atheïsme zijn geloof juist hervond. We kregen allebei ruimschoots de gelegenheid om te vertellen hoe dat ging. Maar wat mij al snel opviel, is dat onze wegen helemaal niet zo ver uiteen liepen.

Van Maasakkers vertelde – met compassie en zonder wrok, overigens – over de geestelijke armoede van het Brabants katholicisme in zijn tijd. Over hoe elk boerengezin het beste stukje vlees van het net geslachte varken naar meneer pastoor bracht, en dat meneer pastoor vervolgens zo veel vlees had dat hij een deel ervan in de tuin begroef.

Ik voegde er mijn ervaringen met het armoedig Brabants katholicisme van mijn tijd aan toe – over hoe de eerste communie vooral een wedstrijd bleek te zijn onder klasgenootjes wie de mooiste fiets kreeg. Bij ons beiden leidden dergelijke ervaringen tot verwijdering van de kerk, tot een verlies van een al te kinderlijk geloof. Ik heb zelf uitgebreid over deze breed gedeelde teleurstelling geschreven in mijn boek Van klokken en klepels.

Van Maasakkers vertelde hoe hij niet meer kon geloven in een God als man-met-een-baard-op-een-wolk. Dat treft, want in zo’n God geloof ik ook niet – en ik ken ook geen enkele christen die dat wel doet. Hij vertelde dat hij niet hield van het bemoeizuchtig moralisme van bepaalde vertegenwoordigers van de kerk, kortom met een gebrek aan hartelijkheid. Ook daarin kon ik hem bijvallen. Maar ik vertelde ook, hoe ik dat beeld van de veroordelende kerk in de praktijk helemaal niet herken; de gelovigen die ik ken, leken en leden van de clerus, zwaaien helemaal niet te pas en te onpas met het vingertje, maar zijn vriendelijk, belangstellend, begripvol, ruimdenkend – juist ook degenen die als scherpslijpers worden versleten.

Gerard van Maasakkers vatte zijn moeite met God en kerk samen in een werkelijk prachtig lied, dat hij live ten gehore bracht. Zonder het kamerorkest dat hem in de hiernavolgende opname begeleidt, maar even mooi en aangrijpend:

[iframe width=”540″ height=”405″ src=”http://www.youtube.com/embed/yeMgRNvhOfk” frameborder=”0″ allowfullscreen]

 

Mijn spontane reactie was: ’t is net een psalm. In de psalmen wordt ook volop geworsteld met en geklaagd tegen God. Net als in de psalmen is de klacht in dit lied rechtstreeks gericht aan de ‘Lieven Heer’ zelf, die daarmee beklaagde en trooster ineen is geworden. “Lieven Heer, ik vuul ‘t nie meer…” Een hartenkreet die menig mysticus geslaakt heeft. Ik heb al wel eens eerder geschreven, en ik herhaal het nog maar eens: de scheidslijn tussen geloof en ongeloof loopt niet tussen mensen door, maar dwars door ieder mens. Wij hadden ons wat anders gepositioneerd ten aanzien van die innerlijke breuklijn, deze troubadour en ik, maar ik voelde toch vooral herkenning, genegenheid, wederzijds begrip.

Ik bemerkte dan ook een zekere wrevel bij mezelf, toen sommige mensen in het publiek Van Maasakkers kritisch bevroegen over hoe en waarom hij dan precies ‘ongelovig’ was geworden. Wie het relaas in dit liedje ongelovig noemt, luistert slecht of is traag van begrip. (Of verstaat het Brabantse dialect slecht; maar ik geloof toch niet dat dat voor veel Tilburgers een probleem zal zijn.) Zonder het nu meteen te willen toe-eigenen of etiketteren: ik vind Hedde efkes, Lieven Heer een diep en oprecht religieus lied. Wat een geestelijke kracht en integriteit schuilt er in dit fragment:

“Nou moet ik ook nie, Lieven Heer
ineens as ‘t begint te nauwen
as ik ‘t heb verkloot gauw weer
hendig van d’n Heer gaon houwen
trapt er nie in, en ge moet ‘t ook nie willen heuren
en m’n bidden en zo evenmin
mer as ge ooit ‘n kaarske ziet branden
kan ‘t van mijn zijn, vur die me lief zijn
en vur oew volgelingen recht in de leer
da ze verzachten, Lieven Heer”

Wat is die laatste hartenkreet anders dan een echo van de tenerezza waar ook onze nieuwe paus het over had?

6 gedachten over “Vastengasten

  1. Wat de kerk nodig heeft zijn gewone (open)hartelijke medemensen. Geen gepreek over hel en verdoemenis. De meeste kerken van vandaag de dag zijn instanties, gelijkend op politiek geworden. Gericht op eigen belangen en zieltjes winnen voor de machthebbers. God is LIEFDE, liefdevol. Allah is Barmhartig en Buddha vertegenwoordigt wijsheid. Tevens missen vele (kerkelijke) instanties het vrouwelijke zorgzame gevoelige element. De mannelijke mentaliteit overheerst de tederheid. In het hospice waar ik werkzaam was heb ik wonderen zien plaatsvinden. Natuurlijk werd niet iedereen genezen, wel was de rust en vrede merkbaar.
    Mooi lied, ontfermen van harde mentaliteit lees ik hierbij. Broodnodig in hedendaagse maatschappij. Men kan echter niemand dwingen dit te doen.
    Met vriendelijke groet

  2. Haha, Anton, jij en Gerard van Maasakkers als tegenpolen geprogrammeerd … Nee, dan kenden de organisatoren op zijn minst 1 van jullie niet goed 🙂 Ik luister veel naar zijn muziek en lees veel van jouw teksten en het was me al eerder opgevallen dat de verschillen meer aan de oppervlakte zitten (dus ja, op het eerste gezicht …) dan niet in de diepte.

  3. Pingback:Wijze woorden van Flannery O’Connor | Anton de Wit

  4. Pingback:De 10 mooiste stukjes die jij niet gelezen hebt in 2013 | Anton de Wit

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *