Verdediging van Carnavalloosheid

25 februari 2009 in Bedenkingen, Bedenksels

In Brabantse katholieke kringen herinneren mensen mij eindeloos aan die andere Anton die in Bergen op Zoom werd geboren en in Nijmegen eindigde. Die andere Anton heette eigenlijk Willem, maar iedereen kende hem als Anton van Duinkerken. En natuurlijk, ik zie de beroepsmatige, geografische en ideologische verwantschap wel tussen die andere Anton en mijzelf. Een groot en belangrijk man, die andere Anton. Maar ik heb nog nooit een letter van hem gelezen. Nee, wacht, dat jok ik – ooit heb ik zijn erudiete Verdediging van Carnaval uit 1928 gelezen… Ik dacht dat ik het zelfs in mijn boekenkast had staan, maar ik zocht het vanochtend vergeefs.

Ik moest aan die andere Anton en diens Verdediging van Carnaval denken, nadat mij gisteren in de uitzending van Soeterbeeck waar ik te gast mocht zijn werd gevraagd of ik carnaval had gevierd. Nee dus, dat heb ik niet, en eerlijk gezegd heb ik dat al jaren niet meer gedaan.

Enerzijds omdat ik allang niet meer in de buurt van Bergen op Zoom woon, en zoals ik ook al zei vind ik het carnaval elders, nou ja, wat minder leuk. Sorry Nijmegenaren, noem me maar arrogant, maar jullie snappen er echt he-le-maal niets van, hoezeer jullie ook je best doen om een soort van pseudo-Brabants carnaval te vieren. Ik zag hier in Nijmegen laatst een vader lopen die zijn kind als Zwarte Piet had verkleed voor het kindercarnaval. Veel verder kun je de plank niet misslaan, denk ik. Nijmegenaren hebben wel een klepel vast, maar de klok is in velden noch wegen te bekennen.

In Bergen op Zoom – pardon, Krabbegat – verkleedt men zich sowieso niet ‘als iets’ met carnaval – pardon, vastenavond. Je ziet daar geen clowntjes of prinsesjes of piraten of Zorro’s of Batmannen of iets anders zogenaamd creatiefs over straat ‘hossen’. Nee, de echte Krab hult zich in gordijnen en boerenkiel. Nu krijg ik de charme daarvan maar moeilijk uitgelegd, zelfs niet aan mensen uit andere carnavalvierende regionen. Alleen in ‘s-Hertogenbosch begrijpen ze het, daar doen ze ook (meestal) niet aan het verkleden als dit-of-dat.

‘t Is maar net wat je gewend bent, kun je zeggen. Toch zit er meer dan chauvinisme achter mijn voorkeur voor de Bergse dracht. De kracht van de boerenkiel schuilt in het principe van ‘gelijke monniken, gelijke kappen’. En een gordijn is bij uitstek het symbool van het verhulling. Je trekt de gordijnen dicht als je iets aan het oog wil onttrekken. Wat je tijdens het carnaval onzichtbaar maakt, is wie je werkelijk bent. Je verkleedt je dus niet als iets anders dan je eigenlijk bent, je legt je hele ‘zelf’, je eigenlijke ik af. De Bergse dracht draait om creativiteit in de eenvormigheid en persoonlijkheid in de anonimiteit. Als ik het mij goed herinner, schreef die andere Anton dat omkering het wezenlijke aspect is van carnaval: de hele werkelijkheid wordt in die paar dagen op z’n kop gezet.

Dat doe je niet door je te verkleden als iets anders. Want je verkleden als iets anders, dat doe je eigenlijk het hele jaar al. De politieman kleedt zich aan als politieman, terwijl hij natuurlijk veel meer is dan alleen een politieman. Dus als hij met carnaval plots verkleed gaat als boef, dan verandert hij niets wezenlijks, hij ruilt slechts het ene pakkie voor het andere in. Echte omkering van de werkelijkheid vindt pas plaats als deze politieman zijn maatschappelijke positie, zijn gezag en aan beroep verbonden privileges letterlijk van zich aflegt, en zich onderdompelt in de anonimiteit door zijn normale ik met boerenkiel en gordijnen te omhullen. Omkering, mind you, is een evangelische aangelegengheid. “Bekeert u en geloof het evangelie”, zei de priester toen ik vanmiddag een askruisje ging halen. Aswoensdag is de noodzakelijke ontnuchtering die volgt op de vastenavond, maar is niet het absolute tegendeel: beide zijn zijden van dezelfde medaille, de overgave aan het mysterie van het geloof.

Kijk nog eens goed naar het schilderij dat ik bovenaan dit artikel geplaatst heb. Het is van de kunstenaar Hendrik Boot, die een prachtige serie heeft gewijd aan de Bergse vastenavond. Dit schilderij vind ik veruit het mooiste. Het herinnert mij aan de Plato-interpretatie die ik eerder aanhaalde: over hoe wij slechts de achterkant van de dingen kunnen waarnemen. De drie anonieme figuren lopen gemoedelijk naar huis. Na het vallen van de kraai, vermoed ik. De vastenavond is ten einde, aswoensdag breekt aan, het begin van de vastenperiode van veertig dagen. As zijn wij, en tot as zullen wij wederkeren. We zien drie personen – een voorafspiegeling van het verhaal van de Emmaüsgangers? Hun schaduwen vallen achter hen op de keien: zij lopen naar het licht toe.

Waarom heb ik geen carnaval gevierd? Niet alleen dit jaar, maar al jaren niet meer? Wat heeft mij ervan weerhouden om jaarlijks naar Bergen op Zoom te reizen, waar toch nog veel van mijn familie woont? Het past toch prachtig in mijn opvatting van orthodoxie, zoals ik die in mijn boek en gisteren op tv heb verdedigd? Ik werd er fijntjes aan herinnerd door een vriend die mij langer kent dan vandaag en die mij vanmorgen opbelde omdat hij de uitzending had gezien. 

Ik wilde hier een Verdediging van Carnavalloosheid schrijven – een omkering van de omkering die die andere Anton bezong. Ik wilde zeggen dat ik me stoor aan het feit dat mensen nog wel vastenavond vieren, maar niet meer vasten. Ik wilde zeggen dat die andere Anton zijn bevlogen pleidooi neerpende in de nacht van carnavalsdinsdag op aswoensdag, maar dat de meeste mensen tegenwoordig te bezopen zijn in die nacht om überhaupt nog iets te schrijven. 

Maar mijn kritiek is veel te gemakkelijk, en doet er feitelijk niet zo toe. Het as op mijn voorhoofd herinnert mij aan waar het werkelijk om gaat. Het gaat erom je over te geven, het gaat erom je om te keren. Volgend jaar ben ik weer van de partij.

Verdediging van Carnavalloosheid

Reacties

    1. je moeder zegt:

      Mooi omschreven

    2. Je co-auteur zegt:

      Heel mooi, het gaat inderdaad om overgave. Weg van, zoals de Vlamingen zeggen je ‘dikke ik’. PM: volgend jaar reserveer ik een avondje BoZ, ik zal eens kijken of ik nog ergens een gordijn heb!

    3. Priscilla zegt:

      Mooi geschreven stuk dat bij velen herkenning (en hopelijk meer) zal oproepen!

    4. Ans zegt:

      Een brok in mijn keel, een feest van herkenning.
      Na al die jaren begrijp jij nog steeds waar de Bergse vastenavend om draait!
      Het doet mijn krabbe-hart dan ook goed dat het bij jou gaat kriebelen!
      Over dat vasten na de vastenavend wil ik nog wel eens met je van gedachten wisselen.
      Zoals ik gisteren als schreef, is vastenavend voor mij niet zo zeer een Katholiek feest meer als wel een cultureel gebeuren!
      Maar als je volgend jaar je gordijntjes omslaat en kiel aantrekt, zullen wij je hartelijk verwelkomen en je onderdompelen in de warmte van de Bergse leut!
      Als je dan alleen nog even vastenavEnd schrijft, i.p.v. vastenavOnd, komt het helemaal goed!

    5. Anton de Wit zegt:

      Da ge bedankt zèt, da wittege. Mijn Bergs is niet wat het geweest is, haha.

      Ik zie het in zo verre als een katholiek feest, dat het voor mij onlosmakelijk verbonden is met de katholieke (volks-)cultuur en traditie. Je hoeft niet katholiek te zijn om carnaval te vieren, net zo min als je carnaval moet vieren om katholiek te zijn, maar cultuurhistorisch en ideologisch zijn ze wel degelijk aan elkaar verbonden.

    6. Claus Weggeman zegt:

      Ik vind de inhoudsuitleg van carnaval heel mooi en het ware te wensen dat meer mensen zich dat bewust zouden zijn, zoals dat voor alle christelijke dagen geldt. Nu b.v. de 40-dagen. Op weg naar Pasen, maar wat doe je in die 40-dagen werd mij gevraagd. Wel wil ik opmerken dat katholiek is en geldt voor alle christenen. Afgelopen zondag na de viering bij het napraten werd ook opgemerkt “ik ben katholiek, maar noem mij niet Rooms-katholiek”, welke opmerking breed werd gedragen. Gaarne wens ik een goede 40-dagentijd, vasten vieren, op weg naar Pasen de verrijdenis. Vrede en alle goeds, Claus

    7. Johan zegt:

      Leuk stukje, goed geschreven. Ben het met je eens met bterekking tot het schilderij van Henk Boot. Hangt inmiddels keurig ingelijst in onze woonkamer!
      Dit is een prachtige sfeerimpressie van de diepere betekenis van carnaval, met alle gelaagdheden die je in je artikel beschrijft.

Reageer op dit artikel

Verdediging van Carnavalloosheid

0 Trackbacks