Verwar godsdienst niet met spirituele modes

Een geloof is een bijgeloof met succes, zo meesmuilt Max Pam in de Volkskrant  van 16 oktober (Opinie & Debat, p. 34). Ook Studio Sport-regisseur Richard de Wilt doet op dezelfde pagina een duit in het zakje: wat is eigenlijk het verschil tussen geloof en bijgeloof, tussen de Bijbel en Char, Lourdes en spiritistische handoplegging? Beide auteurs reageren op een eerdere bijdrage van Stefan Paas en Rik Peels, die de waarde van religieuze tradities verdedigden als tegenwicht tegen spirituele hypes. Maar, in de woorden van De Wilt: “Wanneer is iets een sekte en wanneer een echte religie? Wie het weet mag het zeggen.”

bijgeloof
Een eloquente uiting van (anti-)religieuze bijziendheid. Foto: Matt Brown/Flickr.com (CC)

Ik weet het, dus ik zal het zeggen. Dat onderscheid is namelijk helemaal niet zo diffuus en willekeurig als De Wilt en Pam suggereren. Natuurlijk is er een raakvlak: wat godsdiensten en sektes met elkaar gemeen hebben is kort en simpel gezegd een geloof in een bepaalde bovennatuurlijke oorsprong en bestemming van ons bestaan; en hoe die metafysische vork in de steel zit kunnen we vernemen uit geopenbaarde inzichten, die men als heilige teksten koestert.

Tot zover de overeenkomst – het verschil zit in hóe men met die geopenbaarde inzichten koestert. Worden die krampachtig verborgen gehouden als een geheim van een select gezelschap ‘ingewijden’, en gevierd in een clubhuis met sloten aan de binnen- én de buitenkant, dan heb je met een sekte van doen. Denk niet alleen aan enge cultussen rond charismatische goeroes; ook ons moderne, strikt subjectieve ietsisme kan zo’n sekte zijn; want het laat zich niets gelegen liggen aan buitenstaanders en hun vervelende rationele bezwaren; “ík voel dat nu eenmaal zo”. Onze tijden en streken tellen vooral veel eenmanssektes.

Staan de deuren echter open, kun je vrij in en uit wandelen, en is er een lang en breed gesprek gaande over de levensbeschouwelijke inzichten waar je aan kunt deelnemen, is er een traditie van rationele interpretaties van de heilige teksten – en binnen die traditie ook ruimte voor meningsverschillen en wisselende accenten – dan heb je met een ‘echte’ godsdienst te maken.

Als Pam en De Wilt ginnegappen dat Char en Jezus soortgelijke wonderdoeners zijn, dan zien ze precies dit wezenlijke punt over het hoofd. Er bestaat een enorme interpretatieve traditie over de woorden en daden van Jezus Christus. We zullen over een millennium of twee weten of de woorden en daden van Char evenveel indruk zullen maken, maar ik permitteer mij vast de educated guess dat dit niet het geval zal zijn. Is geloof dan inderdaad een bijgeloof met succes? Zelfs als dat waar is blijft het de vraag wat dat succes dan verklaart. Als je daar een eerlijk antwoord op zoekt, dan moet je – of je nu gelovig bent of niet – erkennen dat de figuur van Jezus Christus en die wereldwijde, eeuwenoude beweging die zijn naam draagt, toch écht van een andere orde zijn dan Char en haar bijgelovige klapvee.

Natuurlijk zijn er grensgevallen tussen geloof en bijgeloof, religie en sekte, maar dat suggereert al dat er in ieder geval wel degelijk een grens is. En ja, er kunnen binnen een lange en brede geloofstraditie steeds opnieuw sektarische neigingen de kop opsteken. Religie is geen garantie tegen kortzichtigheid, geweld, fanatisme – dat ben ik van harte met Pam en De Wilt eens. Maar religie, in zijn institutionele, traditionele vorm, is er wel het enige mogelijke tegenwicht tegen. Zoals Paas en Peels ook schreven: een godsdienstige traditie disciplineert ons religieuze instinct. Aan dat instinct an sich is niets nobels; het zegt oeh en ah tegen de trucs van elke charlatan en is om het minste bereid de buurvrouw als heks te verbranden. Juist de monotheïstische religies zijn steeds de drijvende kracht geweest achter het ontmaskeren van minderwaardige vormen van religiositeit, aan het beteugelen van gewelddadige neigingen, aan het cultiveren van een diepere notie van wat goed en waar en mooi is. Met wisselend succes, met vallen en opstaan, uiteraard. Maar hoe dan ook verheffen de verdiensten van de grote godsdienstige tradities zich ver boven die van spirituele modes en eenkennige privé-overtuigingen. Dat Pam en De Wilt het onderscheid niet willen of kunnen zien, bewijst het gelijk van Paas en Peels; we hebben gedegen religieuze vorming nodig om (quasi- dan wel anti-)religieuze bijziendheid te voorkomen.

Dit artikel verscheen eerder in De Volkskrant van 21 oktober (Opinie & Debat, p.22).

15 gedachten over “Verwar godsdienst niet met spirituele modes

  1. ‘In de visie van Constantijn was het aan de kerk en de bisschoppen om te bepalen waaruit de gepaste verering van God bestond,[40] maar was het de rol van hem, de keizer, om de navolging van deze juiste doctrine af te dwingen, ketterijen uit te roeien en de kerkelijke eenheid te bewaren’ ( http://nl.wikipedia.org/wiki/Constantijn_de_Grote#Aanwijzingen_voor_Constantijns_christelijke_gezindheid )

    Dat heeft voortgang gekregen in de door de staten, keizer- en koninkrijken, beschermde positie van het christendom. En m.m. ging het ook zo met de islam: beschermd en afgedwongen door de wereldlijke leiders.
    Kortom: was dat niet gebeurd, dan waren er honderden christelijjke, moslim en andere stromingen geweest, die het land verdeelden omdat bij gebrek aan opleiding en geletterdheid de bevolkingen zeer gevoelig waren voor allerlei soorten beinvloeding, die de wereldlijke leiding konden bedreigen.
    En nog bedreigen, want zie de gedrevenheid van Iran, saoudie arabie en turkije e.a. om vast te houden aan hun vorm van geloof, en zie Syrie als voorbeeld van de potentiële gespletenheid erdoor

    ‘geloof’ lijkt me daarom een uitgewerkte, geinstitutionaliseerde vorm van bijgeloof. Bijgeloof kan ieder hebben, het enige wat gedoceerd zou moeten worden is, dat elk (bij)geloof puur voor de persoon zelf geldt, en geen discriminatie van anders DENKENDEN mag opleveren.
    Korte cursus dus, met verstrekkende gevolgen. Kunnen ze morgen al mee beginnen. Scheelt weer drie generaties integratieduur…

    1. Beste Peter,
      er ZIJN honderden christelijke stromingen. Naast de grote rooms-katholieke kerk, enkele oosters-orthodoxe kerken, enkele grotere protestantse kerken, bestaan honderden kleinere tot zeer kleine, met name protestantse christelijke stromingen. Er is denk ik wel tot op zekere hoogte een samenhang tussen de positie van een geloof binnen een staat en de politieke bescherming door wereldlijke heersers, maar die is zeer casuïstisch. In ieder geval heeft het christelijk geloof het in de eerste drie eeuwen in het Romeinse rijk vaak moeilijk gehad, werd juist niet beschermd maar vaak vervolgd door de heersers, had grote concurrentie van andere religies, maar is desondanks tot bloei gekomen. Je kunt wel iets zeggen over plaatsen en tijden waar een geloof groeide dankzij de bescherming van de machthebbers, maar dat zegt NIETS over de vraag of er waarheid in dat geloof is te vinden. In christelijke termen: dat zegt niets over de vraag of in de religie geloof, hoop en liefde is te vinden.

  2. Achteraf is het makkelijk praten. Natuurlijk begint elk geloof als 'spirituele hype', en maar een heel klein deel schopt het tot geïnstutionaliseerde religie. Net als in biologische evolutie vindt er mutatie en selectie plaats. Ik denk dus dat het ook de omstandigheden zijn die het succes van een (bij)geloof verklaren, naast de eigenschappen van de beweging zelf. Is er een gat in de geloofsmarkt, dan kan een nieuw geloof, of een aanpassing van een bestaand geloof, wortelschieten. Dat was in het Rome vlak na het begin van de jaartelling zo.
    En religie als enig mogelijk tegenwicht tegen kortzichtigheid, geweld en fanatisme? Dat is een bizarre claim, zonder onderbouwing. Ik zie vooral het omgekeerde: gelovigen durven niet door te denken, en sommigen grijpen zelfs naar geweld wanneer hun argumenten op zijn.

    1. In het verlengde van mijn reactie op Peter Klein, vraag ik waarom je denkt dat in het Rome van de 1e eeuw n.C. sprake was van een gat in de geloofsmarkt. Het antwoord lijkt me interessant.
      Ik kan me voor een stuk vinden in je vraagteken bij religie als enig mogelijk tegenwicht tegen kortzichtigheid, geweld en fanatisme. Misschien bedoelt Anton dit met name in de vergelijking tussen religies en sektes, en niet in zijn algemeenheid. Overigens ben ik het met je laatste opmerking niet geheel eens. En als christen denk ik dan vooral dat het christelijk geloof een goed antwoord biedt op onrecht, en dat er wel uitwassen zijn geweest van het tegendeel, maar toch relatief beperkt. Waarbij bv. gewelddadig handelen door iemand die zich christen noemt, niet mag worden beschouwd als een christelijk geïnspireerd handelen; dat mag alleen als dat handelen ook werkelijk geschiedde vanuit de geloofsbeleving. Dus wel een kruisvaarder die in het heilig land tegen moslims vocht, maar niet een soldaat in het Nederlandse leger die hielp Indië te onderwerpen.

  3. Citaatje uit het stuk van De Wit: 'Juist de monotheïstische religies zijn steeds de drijvende kracht geweest achter het ontmaskeren van minderwaardige vormen van religiositeit, aan het beteugelen van gewelddadige neigingen, aan het cultiveren van een diepere notie van wat goed en waar en mooi is.' Groter en kwalijker nonsens over godsdienst heb ik zelden gelezen. Weet De Wit dan helemaal niets van de geschiedenis van christendom en islam, hoe die tekeer gegaan zijn tegen alle andere religies en niet-gelovigen?

  4. In ‘Verwar godsdienst niet met spirituele modes’ (O&D, 21 oktober) zit volgens Anton het voornaamste verschil tussen religieuze tradities en spirituele hypes vooral in het feit dat de laatste groep haar inzichten krampachtig verborgen houdt. Ook al schrijft hij dat we wellicht pas over ‘een millennium of twee’ weten of de woorden en daden van Char evenveel indruk maken als die van Jezus Christus, veronderstelt hij bij voorbaat dat dit niet het geval zal zijn.
    Dat dachten de Romeinen hoogstwaarschijnlijk ook van het Christendom toen ze dat onderdrukten en de bekeerden hun godsdienst eeuwenlang in de verborgenheid moesten beoefenen. Het Christendom heeft er vervolgens nog eeuwen over gedaan om te worden wat het vorige eeuw was, en dat kon volgens mij alleen omdat feodale potentaten al hun onderdanen dwongen om Christenen te worden. Zonder deze machtsbasis was het ‘t Christendom waarschijnlijk niet gelukt om zo verbreid te raken.

    1. Met dit antwoord kan het succes van het christendom slechts voor een klein deel worden verklaard. Ik ben er daarom van overtuigd dat dit succes vooral zijn oorzaak vindt in de innerlijke kracht van de boodschap van Christus.

  5. Mijnheer De Wit, hartelijk bedankt voor deze mooie uiteenzetting. Vooral het zeer correcte woord ‘eenmanssektes’ is mooi gevonden (een om te onthouden).

  6. R.Meijer, U raakt even de reden aan van het bestaan van het christendom, maar U vermijd vervolgens om daar correcte conclusies aan te verbinden:

    Vanaf het prilste begin werden de christenen vervolgd en op de meest gruwelijke manieren gemarteld en gedood. Dit bleef enige eeuwen zo. Ondanks die gruwelijke en massale eeuwenlange(!) vervolging bleef het aantal christenen groeien. Het christendom is dus ’n zeer sterke godsdienst (godsdienst = manier waarop mensen proberen God te dienen).
    Anders gezegd: het christendom is zelfs niet uit te roeien na eeuwenlange gruwelijke vervolgingen.

    R.Meijer (ook bedoeld voor Rianne Verhoeven): raakt U niet geïnteresseerd wat (beter is: Wié) die enorme kracht is achter dat geloof?

  7. Pingback:Broodje Paap | Zijn atheïsten echt zo dom?

  8. Pingback:Het liberalisme van Ellen ten Damme | Anton de Wit

Laat een reactie achter op Rianne Verhoeven Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *