Voorkeursbehandeling voor kerkelijke misbruikplegers?

Werd de katholieke Kerk medio vorige eeuw, toen de meeste nu bekende misbruikzaken van geestelijken plaatsvonden, nu wel of niet uit de wind gehouden door justitie? Voor een tweede maal verrichtte het Openbaar Ministerie een grondig archiefonderzoek om die vraag te beantwoorden, en voor de tweede maal luidt het antwoord: nee. Misbruikverdachten uit kerkelijke kringen werden niet anders of milder behandeld dan niet-kerkelijke verdachten in soortgelijke gevallen, zo blijkt uit het nieuwe onderzoek. Het kan zijn dat je vanochtend in de krant iets anders hebt gelezen – maar onze vaderlandse pers is al eerder hoogst onbetrouwbaar gebleken in de verslaggeving over de misbruikschandalen binnen de katholieke Kerk; NRC Handelsblad met beroepsjokkebrok Joep Dohmen voorop.

“Priesters die kinderen misbruikten kregen mildere behandeling justitie”, “Misbruik kerk vaak gunstiger afgedaan” – zo kopten diverse media naar aanleiding van het eindrapport van de zogeheten Commissie Archiefonderzoek handelen Openbaar Ministerie bij seksueel misbruik Rooms-Katholieke Kerk, die gisteren aan de Tweede Kamer werd aangeboden. Ik ben dat rapport maar weer eens zelf gaan lezen – het is integraal als pdf te downloaden via deze pagina. Net als bij het vorige rapport van het OM, waaruit ook al bleek dat kerkelijke misbruikverdachten geen voorkeursbehandeling kregen, presteert de voltallige vaderlandse journalistiek het ook nu weer om er een exact tegenovergestelde conclusie uit te peuren.

Achtergrond

Justitia en Prudentia. Foto: colros/Flickr.com (creative commons)
Justitia en Prudentia. Foto: colros/Flickr.com (creative commons)

Eerst even iets over de context van dit onderzoek. In de discussie die losbarstte na de onthulling van diverse kerkelijke misbruikzaken uit het verleden, kwam ook geregeld de rol van justitie ter sprake. Waarom werd er zo weinig tegen seksueel misbruik door geestelijken opgetreden? Was er soms behalve van een kerkelijke, ook sprake van een justitiële doofpot? Na Kamervragen in die richting, begin 2011, liet de minister van Justitie dat onderzoeken door Dato Steenhuis. Die vond geen enkel bewijs van een justitiële doofpot (zoals er in andere onderzoeken ook geen enkel bewijs is gevonden van een kerkelijke doofpot). Dat had ook een technische achtergrond; veel oude archieven van de tijd dat het meeste misbruik plaatsvond waren allang, keurig volgens protocol, vernietigd, en in de recentere, wel goed gedocumenteerde jaren waren maar nauwelijks gevallen van seksueel misbruik door geestelijken te vinden. Maar behalve jokkebrokje Joep Dohmen – die ook toen likkebaardend over doofpotten en geheime archiefkastjes schreef – was niemand echt tevreden over het rapport-Steenhuis. Er moest toch íets te vinden zijn? Had hij wel goed genoeg gezocht? En dus liet de minister de zaak nóg iets grondiger uitzoeken, ditmaal door twee echte archieftijgers, de heren Maarten van Boven en Freek Koster. Die zijn nóg grondiger gaan spitten, hebben alle dossierkasten van rechtbanken in ‘katholieke’ streken in ons land overhoop gehaald, en hebben op basis daarvan dus een rapport opgesteld dat nu aan de Kamer is aangeboden.

Wat vonden zij?

Net als Steenhuis: vooral veel stof, wegschietende zilvervisjes en kilometers vergeelde vellen met met indirecte informatie. De belangrijkste conclusie die zij op basis daarvan konden trekken, was dat binnen het Openbaar Ministerie in de jaren ’50 en ’60 een lichte mate van klassenjustitie gangbaar was. Er zijn verwijzingen gevonden naar circulaires en interne instructies uit de jaren ’50 voor de omgang met misdrijven gepleegd “door personen, ten aanzien van wie de strafzaak wegens hun gezagspositie of reputatie meer dan normaal de aandacht trekt” (p. 25 van het rapport-Van Boven/Koster). Concreet ging het om:

a. ambtenaren;
b. leidinggevende overheidsdienaren, notarissen, kandidaat-notarissen, advocaten, hoogleraren, artsen, geestelijken en deurwaarders;
c. zedendelicten door leerkrachten, personeel van scholen, internaten en inrichtingen of door personen werkzaam bij de reclassering of kinderbescherming;
d. politieambtenaren.

Deze zaken moesten door de procureur-generaal persoonlijk behandeld worden, en ook aan de minister van Justitie gemeld worden. Naar verluidt zijn deze instructies tot 1974 van kracht geweest.

Op zich zegt het bestaan van zulke circulaires slechts dat het OM uiterst prudent en precies om wilde gaan met publiek gevoelige zaken – wat mij niet per se een slechte zaak lijkt. De hamvraag is wat er vervolgens met zulke gevoelige dossiers gebeurde. Werden dergelijke zaken vaker geseponeerd, volgde er vaker vrijspraak? Ook dat onderzochten Van Boven en Koster grondig. En ze vonden inderdaad een zekere ongelijkheid in berechting, zij het minimaal (nauwelijks genoeg, lijkt mij, om in krantenkoppen over te tetteren). Een steekproef leverde deze cijfers op:

Bron: Rapport 'De handelwijze van het Openbaar Ministerie bij seksueel misbruik van minderjarigen in de Rooms-Katholieke Kerk', p. 41
Bron: Rapport ‘De handelwijze van het Openbaar Ministerie bij seksueel misbruik van minderjarigen in de Rooms-Katholieke Kerk’, p. 41

Verdachten uit de hogere klassen, waartoe ook de geestelijkheid destijds nog behoorde, werden iets vaker vrijgesproken, en wat vooral in het oog springt is dat er vaker sprake is van een voorwaardelijk sepot (wat kort door de bocht uitgelegd: ‘er vanaf komen met een stevige waarschuwing’): relatief twee keer zo vaak als bij lagere klassen. Datzelfde verschil werd gevonden als enkel de geestelijken werden vergeleken met de niet-geestelijken. In twee wat uitgebreidere tabellen, eerst de totale groep zedendelicten, daarna enkel die waar een katholieke geestelijke bij betrokken was:

Bron: idem, p. 38
Bron: idem, p. 38

Relatief net iets minder veroordelingen, maar ook minder vrijspraken (nul! waar zou dat op duiden?), en wat meer sepots. Daarbij tekenen de onderzoekers echter wel een belangrijk voorbehoud aan: dergelijke percentages zijn enigszins misleidend omdat het aantal verdachte geestelijken absoluut gezien zo klein is: slechts 40 op een totaal van 5170. (En voor alle duidelijkheid: deze cijfers gaan over zwaardere zedendelicten zoals gedefinieerd in het Wetboek van Strafrecht, artikel 142 t/m 149; die artikelen betreffen allerlei vormen van ontucht, ook – maar niet uitsluitend – ontucht met minderjarigen.)

Genoeg gecijfer: wat zijn de conclusies?

Laat ik het rapport zelf citeren:

“Van voorkeursbehandeling van geestelijken lijkt binnen hun sociale klasse geen sprake te zijn geweest. Als er al een voorkeursbehandeling was, dan lijkt dit eerder samen te hangen met de sociale klasse waarin de geestelijken zich bevonden dan met hun status als geestelijke.” (p. 42)

“Geestelijken behoren tot de hogere sociale klasse. Binnen die klasse is er geen verschil te vinden in voorwaardelijke sepots en voorwaardelijke veroordelingen tussen geestelijken en andere verdachten.” (p. 42)

“Onze observatie is dat de vergeleken zaken niet op systematische significante verschillen wijzen in het optreden van het OM ten aanzien van geestelijken en niet-geestelijken met een vergelijkbare sociale status.” (p. 48)

En uit de aanbiedingsbrief van minister Opstelten aan de Kamer:

Een belangrijke conclusie is dat er, anders dan wel is gesuggereerd, geen aanwijzingen zijn gevonden voor beleid of algemene afspraken over een milde afdoening of het niet vervolgen van zedenzaken tegen geestelijken.

Kortom: een diametraal tegenovergestelde conclusie als in diverse media getrokken wordt. Die lijken slechts geïnteresseerd in het voeden en vereeuwigen van de mythe van grootschalig kindermisbruik door katholieke geestelijken, doelbewust toegedekt door kerkelijke en wereldse gezagsdragers. Die mythe loopt ook in dit onderzoek weer fikse deuken op – het rapport zal dan wel weer, na de korte misleidende krantenberichtjes van vandaag, in diverse politieke en journalistieke archiefkastjes verdwijnen en verstoffen.

11 gedachten over “Voorkeursbehandeling voor kerkelijke misbruikplegers?

  1. De mythe van ontucht en kindermisbruik binnen de rk. kerk zal wel net zo hardnekkig blijken te zijn als de mythen, die nog steeds in elke vorm van het lesmateriaal bij de scholen worden gevonden (en pedagogisch verantwoord worden geindoctrineerd), en die betrekkelijk zijn t.a.v.: de kruistochten, de veroordeling van wetenschappers als Galileo, heksenverbranding, en vooral ook niet te vergeten die duistere periode der middeleeuwen. Het oordeel van de geseculariseerde maatschappij zal dan ook zijn en blijven (en dit driftig door kranten en andere media gevoed): religie is oorlog, de rk-kerk heeft een doofpot en heeft vooral de wetenschappelijke ontwikkelingen tegen gehouden. En altijd zal er weer een Dan Brown zijn die blijft verwijzen naar de zeer geheime archieven van het Vatikaan (waarvan inmiddels overigens al een deel via het medium internet dus digitaal valt te lezen, maar dit terzijde). De conclusie van de ozo vrije, en modere mens zal opnieuw weer luiden: kerk, religie het is het ultieme kwaad, het is altijd oorlog, het is ook leven zonder eigen identiteit of rationele ontwikkeling, en het is voor alles dom dogmatisch en uiteraard conservatief denken. Neen, dan wij, mensen na de verlichting en de glorierijke 60-er jaren van de culturele revolutie, de emancipatie, de sexuele revolutie, de alles moet kunnen cultuur en uiteraard ook als logisch gevolg daarvan het min of meer tot op heden geheel doodgezwegen of schoongeprate kindermisbruik door mensen uit de links-liberale hoek (met name groenen en sociaal democraten). Ik zou zo zeggen: ziet om u heen en bemerk de tekens van de tijd! Maar het zal verkeren!

  2. Ik ben het wel eens vaker tegen gekomen – statistiek is een vak / professie, die sommige journalisten niet beheersen. … en dan vooral als het gaat om zogenaamde voorwaardelijke kansen. De media hebben aan de cijfers een eigen betekenis gegeven en negeren de statistisch verantwoorde eindconclusie – ik ben benieuwd of de media dit corrigeren, noblesse oblige? Of wordt het een sepot.

  3. Anton, in de kandidaturen Rechten binnen het vak sociologie, wordt aan de studenten reeds gedoceerd dat de "straf" evenredig is met de plaats op de sociale ladder. Als ik de cijfers dus bekijk, is dit enkel een voortzetting van wat er al eeuwen aan de gang is … Juridisch gezien, een punt om over na te denken !!

  4. In Nederland is dat dan ook aan de gang.
    Ik had hetzelfde na een rechtstreeks interview met "een geestelijke dader". De man betuigt zijn spijt, legt de situatie uit, zodat blijkt dat het misdrijf ernstig, maar niet zo vreselijk traumatiserend kan geweest zijn.
    Een kwartier later in de berichtgeving over het interview verkondigen onze journalisten het tegenovergestelde en halen ze er derden bij die nog erger spuwen! Dit was zo frappant, dat ik sindsdien mijn geloof in de journalistiek in Vlaanderen nagenoeg verloren ben.

  5. Trees Vandenbussche Jullie mogen niet vergeten dat de journalistiek vooral leescijfers of kijkcijfers najagen. Het is jammer dat bepaalde journalisten bijna alleen maar "story"-verhalen brengen zonder inhoud. Degene die nog zinvolle artikels schrijven of goede documentaires maken belanden meestal laat in het programma …of krijgen minder pagina-ruimte.

  6. spijtig genoeg is dat waar. Daarom heeft mijn oudste zoon zijn roeping om journalist te worden opgegeven, biechtte hij laatst op in een vertrouwelijk gesprek.

  7. Mijnheer Dewit, bedankt voor deze feiten. Ik heb ze in mijn computer opgeslagen om mensen in de toekomst gefundeerd van antwoord te kunnen dienen en dat in de computer kunnen opzoeken.

  8. Pingback:Schoolkrantinterview met de paus | Anton de Wit

  9. Als we de tabellen in het artikel bekijken, en we beperken ons daarbij tot de laatste jaartallen (1978, 1973 en 1968), dan blijkt het volgende:
    – in 1978 waren er 480 zedenzaken in Nederland, waarvan één gericht was tegen een katholieke geestelijke (die overigens niet werd veroordeeld);
    – in 1973 waren er 589 zaken, waarvan eveneens één tegen een katholieke geestelijke (die wel werd veroordeeld)
    – in 1968 ging het om 812 zaken, waarvan 4 tegen geestelijken en 3 veroordelingen.
    En als we verder terugkijken, dan neemt de relatieve betrokkenheid van geestelijken bij zedenzaken nog wat toe.

    Als we ons beperken tot de meest recente cijfers in dit onderzoek, dan blijkt dat de betrokkenheid van katholieke geestelijken in relatie tot het totaal aantal zedenzaken als volgt is:
    – van de 1881 zedenzaken ging het in zes (6) zaken om een katholieke geestelijke;
    – van die 1881 zaken leidden er 939 tot een veroordeling, waarvan 4 tegen een geestelijke; dat is dus 1 op de 235 zaken oftewel 0,42% van het totale aantal zaken (wat inderdaad nog altijd 4 zaken teveel zijn).

    Als ik deze cijfers op me laat inwerken, en ik bezie tegelijkertijd met welk een gretigheid de overgrote meerderheid van het journaille onze kerk aan de schandpaal nagelt, dan ben ik het met Anton de Wit eens, dat er door dat journaille (al dan niet bewust) wordt gewerkt aan mythevorming.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *