Wat bedenkingen bij de bedenkingen

Als je veel reacties krijgt waaruit blijkt dat mensen je woorden verkeerd begrijpen, dan kun je natuurlijk die mensen de schuld geven en zeggen dat zij het allemaal verkeerd lezen, óf je kunt ruimhartig erkennen dat je het onduidelijk hebt opgeschreven. Ik kies voor de eerste optie.

Ik ben weliswaar enigszins geschrokken van de vele negatieve reacties die ik ontving naar aanleiding van mijn stukje over de onlangs overleden schrijver Michel van der Plas – hier op deze site, via sociale media en via mail – maar als ik het nog eens nalees en nadenk over wat ik er mee beoog te zeggen, dan sta ik nog steeds voor de volle honderd procent achter mijn woorden. Gelukkig waren er ook positieve reacties, en waren de meeste kritische reacties ook heel opbouwend en vriendelijk – dank daarvoor. Her en der heb ik al gereageerd, maar ik wil hier even mijn bedenkingen bij veelgehoorde bedenkingen verzamelen, in de hoop dat ze iets bijdragen aan een beter begrip van mijn bedoelingen.

1. Ergernis over de ergernis

Het schijnt mij toe, dat velen het woord ‘ergernis’ niet geheel begrijpen of op de juiste waarde schatten. Het wordt impliciet of expliciet als respectloos gezien, als een vorm van afbranden, natrappen… Ik vind dat een uiterst kortzichtige opvatting. Ergernis is in mijn beleving niet hetzelfde als een oppervlakkige irritatie, als louter hinder, die ik bijvoorbeeld ondervind als er een mug om mijn hoofd zoemt. Ergernis reikt dieper (zeker zo ik het hier bedoel): het gaat me om een intellectuele kortsluiting, iets dat me bezig houdt, wat door de kop blijft zeuren… Dat iets of iemand mij op die wijze ergert, sluit de eerbied niet uit – sterker nog: veronderstelt die; want dat ik mij erger betekent dat ik de auteur serieus neem, met zijn woorden bezig wil zijn, dat ik voldoende eerbiedig ben om het er mee oneens te zijn. Mijn ergernis was het enige waarachtige compliment dat ik Van der Plas op dit ogenblik kon maken. Mijn ergernis is een eerbetoon.

Wie mijn werk een beetje volgt, weet ik dat ik een groot respect heb voor de generatie katholieke auteurs, waarvan Van der Plas de laatst levende was. Mensen als Bomans, Van Duinkerken, Gabriël Smit en Van der Plas kwamen ook geregeld aan de orde op deze site. Ik zie mijzelf, in alle bescheidenheid, als erfgenaam van hun werk (en van de langere en bredere traditie waarin ook zij staan), ik treed voorzichtig in hun voetsporen, maar dat wil niet zeggen dat ik een kritiekloze navolger ben. Ik worstel met hun erfenis, probeer die te doorgronden en actualiseren, zoek daarbij mijn eigen weg en positie, ik wik en weeg en hoop het goede te behouden… Afijn, dat lijkt mij een normale en gezonde manier om in een geestelijke traditie te staan. Daar hoort wrijving bij, onenigheid, daar horen misverstanden en botsingen bij, kortom: ergernis. Wie die ergernis als gebrek aan eerbied opvat, kan de plank niet verder mismeppen. Iemand maakte het zelfs zo bont te schrijven: “Ik heb altijd geleerd dat je je niet kúnt ergeren aan de existentiële ervaring van de ander, omdat dat het nu eenmaal de ervaring is van de ander waarin jezelf niet kunt treden.” Kom op zeg, give me a break! Als dat waar zou zijn, zou er niet eens zoiets als traditie bestaan, dan zouden we allemaal freischwebende subjecten zijn in de donzige schaapwolkjes van onze onaanraakbare existentiële ervaringen. Ik heb persoonlijk iets meer vertrouwen in de werkelijke uitwisseling van ideeën en ervaringen.

2. De juiste eerbewijzen

In verschillende gradaties van heilige verontwaardiging wordt mij voor de voeten geworpen dat Michel van der Plas toch zo veel betekend heeft voor de Kerk, zo’n belangrijke stem is geweest in het debat, zo’n oprechte gelovige is geweest… Welnu, dit is een van de redenen dat ik het erop houd dat mensen slecht lezen – want zeg eens: waar heb ik dat tegengesproken dan? Waar heb ik beweerd dat hij géén oprechte gelovige was, of zijn betekenis geloochend, enzovoort? Ik heb het over die dingen niet eens gehad. Ik heb niet de illusie dat ik hier de beste man recht kan doen, maar ik zie het ook helemaal niet als mijn taak of plaats om een keurig en volledig In Memoriam te schrijven. Zoals ik al schreef: die kun je elders lezen (je hoefde daar overigens de links in de tekst maar voor te volgen). Dit is een weblog, waar ik persoonlijke indrukken en observaties deel, die niet de pretentie hebben – niet kúnnen hebben – om volledig te zijn, om het laatste woord te hebben, om de kern van de zaak te raken, of de man alle eerbewijzen te brengen die hij ongetwijfeld verdient. Dit weblog is een verzamelplaats van terzijdes, kanttekeningen, losse gedachten, bedenkingen bij bedenkingen, P.S.’en bij P.S.’en. Als ik, bijvoorbeeld, iets zeg over een kerklied dat ik van hem hoorde, wil dat ook helemaal niet zeggen dat ik het niveau van zijn liturgische teksten in z’n algemeenheid beoordeel, zoals sommigen suggereerden. Als ik een tekstfragmentje aanhaal ter illustratie, is dat geen oordeel over zijn gehele literaire oeuvre. Ik verwacht en veronderstel van lezers de volwassenheid om dat onderscheid te snappen.

3. Tumult over de timing

Ik schreef al dat ik zondigde tegen het heilige beginsel van ‘van de doden niets dan goeds’ – nou, dat heb ik geweten… Hoe onkies dat ik daags na zijn dood met zo’n stukje op de proppen kom! Moest ik dit nou werkelijk schrijven terwijl de goede man nog niet eens begraven was? Nou ja, als dit de aanval op het werk of de persoon van Van der Plas zou zijn, waarvoor enkele lezers dit stukje gehouden hebben, dan zou het misschien inderdaad wel zo netjes zijn om er even mee te wachten. Maar die opvatting over deze tekst berust op slordig en selectief lezen. Dit is geen aanval, geen oordeel over een oeuvre of een mensenleven. Het is, nogmaals, een eerbetoon – op mijn manier. En op mijn manier wil zeggen, dat ik niet met een vroom grafdelverssmoelwerk enkele obligate vriendelijkheden over de gestorvene uit mijn mouw schud, zoals sommigen lijken te verwachten, maar dat ik in alle eerlijkheid vertel op welke manier ik met hem bezig ben. En dát ik überhaupt met hem bezig ben… dat is ook meer dan je van veel verontwaardigde braveriken kunt zeggen. Dus dit lijkt me een uitstekend moment om dat te doen, daar hoef ik niet nog eens een weekje mee te wachten uit een spastisch soort misplaatste piëteit.

4. Van appels en peren

Tot slot nog iets over de vergelijking met Bomans. Ik had die gemaakt met enige omzichtigheid, en heb tot twee maal toe herinnerd aan de ontoereikendheid van de vergelijking. Toch kreeg ik het verwijt appels met peren te vergelijken. Tja, dat had ik, in net iets andere woorden, zelf ook al gezegd. Het is ook helemaal niet mijn bedoeling om Bomans en Van der Plas tegen elkaar uit te spelen, en laat een eventuele voorkeur voor de appel of de peer graag aan de individuele smaak. Maar wat mij trof, is dat enkele van diezelfde critici vervolgens de vergelijking nog veel ongenuanceerder gingen doorvoeren, maar dan omgedraaid, ten gunste van de peer in plaats van de appel. “Bomans wilde alleen maar leuk doen, Van der Plas was veel diepzinniger”, dat soort apekool. Dan breekt mijn klomp toch… Eerst zeggen dat ik deze twee schrijvers niet mag vergelijken, om het vervolgens zelf te doen – daarbij en passant nog even het hele veelzijdige oeuvre van een auteur van allure met een pennenstreek als leukdoenerij afdoen. Over natrappen gesproken! Voor sommigen bleek mijn stukje zelfs een aardig excuus om eens lekker ongefundeerd aan het Bomans-bashen te slaan. Dat lijkt me, ook dik veertig jaar na de dood van de auteur in kwestie, nog hoogst ongepast.

Ik hoop dat ik mijn bedoelingen hiermee wat beter toe heb kunnen lichten, want uiteraard ben ik mij terdege bewust van de waarheid van de tweede optie; dat ik me wellicht niet duidelijk genoeg had uitgedrukt. Mocht je je nog altijd ergeren aan mijn woorden of zienswijzen, dan zal ik dat als een compliment beschouwen.

14 gedachten over “Wat bedenkingen bij de bedenkingen

  1. als je stukje door veel mensen verkeerd wordt begrepen, dan heb jij het als auteur onduidelijk opgeschreven en moet je dus empathischer je woorden wegen tijdens het schrijven. Eerst door anderen laten lezen, vooral mensen die anders lezen dan jijzelf, voordat je het publiceert, helpt erg.

  2. Hoi Anton, erg blij je nu ook via Facebook te kunnen volgen. Ook dit artikel is weer –
    evenals je andere – heel plezierig om te lezen en het zit goed in elkaar. Niks mis mee.
    Gewoon doorgaan. Je hebt altijd iets goeds te melden. Hartelijke groet!

  3. Mijn beste Anton, ter aanvulling dit: de vergelijking tussen Van der Plas en Bomans had jij gemaakt – met de nodige excuses – en deze kam erop neer dat Van der Plas treuriger en Bomans joliger naar zijn Rromse kinderjaren keek. Mijn reactie daarop was geen bashen van Bomans – ik ben te zeer een Bomansiaan – was de bedenking dat Godfried niet minder treurnis kende maar zich nooit helemaal blootgaf en het beeld van zichzelf koesterde, om zijn zieleroerselen bhelemaal te tonen. De beide schrijvers waren zielsgenoten, maar de een legde over zijn ziel toch altijd een vrolijke sluier. Hij was bang om door de mand te vallen. Dit is geen aanval op mijn geliefde schrijver, zoals je laat verstaan. Mark Van de Voorde

  4. ook ik kreeg een venijnig mailtje , nadat ik uw ‘eulogie’ via FB verspreidde en dus kennelijk te leuk vond.
    over doden niets dan goeds en geldt dat zeker voor dichters.(en meneer Bomans was veel, maar geen dichter!)
    wijlen Van der Plas was dat wel (een dichter dus!) en ja een echte: hij kon niet anders wezen; die roeping was hem hardnekkiger dan al het andwere. Een dichter dus en derhalve (bij voorbaat!) inbegrepen de beperking dat er een dag en tijd komt dat zijn werk ongelezen blijft.
    Al het andere dat wijlen Van der Plas was (ridder, commandeur, tekstbrommer, al dan niet op verzoek en etc en hopelijk ook een goede echtgenoot, vader en grootvader!) valt in het niets dan nietig is. als een dichter -zoals de betreurde dode- maar gelezen en gezongen blijft worden
    en ja, het zou mooi zijn als dan ons, stamelaars, weer iets van dat dichtlicht vervloeien laat.

  5. Mijn opmerkingen over het 'Bomans-bashen' betroffen ook zeer zeker niet jouw mooie woorden over Bomans – je typering "zusterzielen" is me nu juist bijgebleven als mooi, waardig en adequaat!

    1. Bomans was bang om het imago van humoristische entertainer die met enige afstandelijkheid de samenleving gadesloeg, kwijt te spelen bij het publiek. In wezen was hij niet die vrolijke Frans maar een getormenteerde ziel, maar die kant van zichzelf wou hij niet prijsgeven. Dat had ook met zijn jeugd te maken: hij was opgevoed met de idee dat een jonge/man zijn emoties verborg. Daarbovenop had hij dat afstandelijk vrolijke als masker aangenomen. Maar zo was hij niet. Hij geraakte evenwel niet meer uit zijn rol die hem veiligheid bood. Dat werd hem trouwens fataal op Rottumerplaat, waar hij daar vreselijk afzag van de eenzaamheid maar dat voor de luisteraar wegstak. Het werd hem fataal, want kort daarop overleed hij. Zijn hart had het begeven onder het gewicht van de pose. Dat is helemaal geen kritiek, hoor.

  6. Pingback:Waarom Michel van der Plas mij ergerde | Anton de Wit

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *