Wat wij van zuster Cristina kunnen leren

Zuster Cristina Scuccia heeft de Italiaanse editie van The Voice gewonnen. Er bestaan katholieken die dat prachtig vinden, en er bestaan katholieken die dat verschrikkelijk vinden. Ik beken me tot geen van beide kampen. Of een beetje tot allebei, zou je ook kunnen zeggen, al zeg ik zelf liever: geen van beide. Ik geef niets om zulke tv-programma’s of om zulke muziek. Maar ik geef nog minder om de snibbige meninkjes van de galbrakers die vinden dat een zuster zich niet aan zulke profaniteiten zou moeten bezondigen. Ik vind het meer dan een loos gebaar, dat zij na haar overwinning publiekelijk Christus dankt, haar crucifix omhoog houdt en zelfs een compleet tv-publiek aanspoort om het Onze Vader met haar te bidden. Maar nog los van dat alles, denk ik dat zuster Cristina ons, ik bedoel ons katholieken, een heel waardevolle les leert. Geestelijken moeten kunnen zingen.

Zuster CristinaDat is, helaas, niet zo vanzelfsprekend in de katholieke Kerk van vandaag. Ik dacht eerst dat het een lokaal probleem was, dat het aan onze Hollandse lompheid lag, of aan de slagschaduw van de Reformatie die ook katholieken in onze streken het idee heeft meegegeven dat het vooral om de inhoud van de woorden gaat, en niet om de schoonheid van de verpakking. Maar die theorie houdt geen stand. Ten eerste omdat veel protestanten in onze streken nu juist wél mooi kunnen zingen, en ook echt een zangcultuur cultiveren. En ten tweede, omdat ik ontdekte dat het ook elders op de wereld vaak erbarmelijk gesteld is met de vocale kwaliteiten van katholieken. Zo las ik eens dat de toenadering van anglicanen tot de katholieke Kerk niet zozeer gehinderd wordt door theologische meningsverschillen, maar vooral door het domme feit dat katholieken niet kunnen zingen.

Ik heb de Heilige Moederkerk, die voor mij nu eenmaal de Ware is, altijd tegen alle denkbare aantijgingen willen verdedigen. Maar tegen dit verwijt bestaat geen verweer; ik moet tandenknarsend toegeven dat het gewoon waar is. Katholieken kunnen niet zingen. Zelf heb ik ook allerminst een gouden engelenkeeltje – in mijn familie is uitentreuren de anekdote herhaald hoe ik als kind eens de gehele kerk de slappe lach bezorgd heb door uit volle borst Gloria In Excelsis Deo mee te kraaien. Een kind mag dat vergeven worden, maar te vaak kom ik in kerken waar zelfs het geoefende koor niet veel beter zingt dan ik toen deed. En het allerergste: zo veel priesters zingen aarzelend, weinig toonvast of zelfs tenenkrommend vals. Dat is des te erger, omdat zij nu net die delen van de Mis zingen die het allerheiligst zijn.

Hoe heeft dit toch kunnen gebeuren? Ik heb daar geen antwoord op – en ik wantrouw alle simplistische antwoorden, bijvoorbeeld dat het allemaal de schuld zou zijn van Vaticanum II. Hoe dan ook: ik vind dit wel echt heel erg. Zingen is meer dan een bijzaak, meer dan liturgische franje; het is “dubbel bidden” zei Augustinus niet voor niets, het is zich voegen naar de goddelijke harmonie, het is mee-ademen met de Geest. Vals zingen is een zonde tegen de Heilige Geest. Ik heb wel eens gehoord dat in de oosters-orthodoxe kerken slecht zingen een officieel wijdingsbeletsel is. Dus als je niet fatsoenlijk kunt zingen, kun je daar überhaupt geen priester worden. Ik vind dat een goede zaak, en zou het aanmoedigen wanneer die regel ook in onze Kerk wordt ingevoerd en met genadeloze striktheid wordt nageleefd. Priesters hoeven heus niet allemaal The Voice te winnen, maar zingen is voor een belangrijk deel ook gewoon een technische vaardigheid die aangeleerd en verbeterd kan worden. Onze seminaries schieten daar ernstig en laakbaar in tekort.

Afijn, dit alleen al maakt dat ik niet veel op heb met al te leerstellige kritieken op zuster Cristina. Of op die priester die een tijdje terug viraal ging met zijn vrije vertolking van Leonard Cohens uitgekauwde Hallelujah. Ook dat paste zeker niet in mijn muzikale smaak. Maar als ik mensen hoor zeggen dat zoiets niet hóórt in de liturgie, dan denk ik daar toch steeds achteraan: vals zingen ook niet, en dat komt helaas op veel grotere schaal voor. Dan kun je keurig de voorgeschreven gezangen zingen, maar als je dat doet met een stemgeluid als van een botte boormachine, noem ik het nog steeds liturgisch misbruik. Laat ze dan liever eens bij zuster Cristina  in de leer gaan.

4 gedachten over “Wat wij van zuster Cristina kunnen leren

  1. Ik kom uit de protestantse traditie. Wat ik me van mijn tijd als protestant kan herinneren is hoe de ganse gemeente uit volle borst vals psalmen zong. Nu ik katholiek ben, ben ik maar wat blij dat wij een kerkkoor hebben.

  2. Hè, weet ik eens iets aardigs over het protestantisme te melden, schoffel jij het onderuit. 😉 Maar serieus: ik weet dat de zangkwaliteit ook in het protestantisme nogal sterk schommelt per denominatie, en ongetwijfeld ook per kerkgemeenschap, maar ik ben bij protestanten toch vaker positief verrast geweest over de zangcultuur die ik aantrof. Veel algemener dan dat durf en kan ik het ook niet zeggen.

  3. Hallo Anton de Wit,

    Vals zingen is niet zo erg in de kerk, dat wil zeggen: het hangt per stijl af waarin het kerkgenootschap zingt.
    Kent u de Sacred Harp? Daar wordt ook vals gezongen maar dat past juist bij de ruwe (vroeg-Amerikaanse) eenvoud.
    https://www.youtube.com/watch?v=_CTlxFwXHAs
    De tegenwoordige Rooms-Katholieke manier van zingen komt me behoorlijk zacht (vervrouwelijkt?) van klank over: de rauwheid is er van af. Dat zal wel anders zijn geweest toen het Christendom zich in onze streken vestigde!
    (Vind ik ook wel mooi aan ensemble Organum, die laten vaker een rauwe stemgeluid horen.)
    Zo gauw je rauwer mag zingen is het vals zingen ook niet zo erg, het kan soms zelfs wat toevoegen 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *