Wollewei revisited

Het doet me deugd dat de jaarlijkse actie Nederland leest ditmaal draait om Erik of het klein insectenboek van Godfried Bomans. Heel goed dat dit boek nu zo kwistig en gratis wordt rondgestrooid aan iedereen die het hebben wil – en zelfs aan iedereen die het níet hebben wil; lezen zullen ze het, die barbaren! De honderdste verjaardag van Bomans is tot nog toe in veel te kleine kring gevierd.

Dat laatste is vreemd, want ik heb gemerkt dat de naam van Godfried Bomans nog steeds veel losmaakt bij mensen. Omdat ik mij het afgelopen jaar – in verband met mijn e-roman De honderdjarige – nogal intensief met Bomans heb beziggehouden, heb ik genoeg kansen gehad om dat proefondervindelijk vast te stellen. Dan liet ik bijvoorbeeld tijdens een gesprek of lezing achteloos diens naam vallen in een bijzin, en hield dan vanuit mijn ooghoek goed de reacties in de gaten. De meeste mensen, zeker die van boven de veertig, begonnen spontaan te glimlachen en een beetje glazig uit de ogen te kijken, alsof zij zich verkneukelden om het een of andere binnenpretje. Sommigen konden een klein vreugdekreetje niet onderdrukken.

Wat is dat – nostalgie? Dat kan goed zijn; en met name aan Erik zal voor velen iets nostalgisch kleven; het heeft eeuwenlang hoog op de verplichte literatuurlijsten van de lagere scholen gestaan, beleefde herdruk na herdruk, is vertaald tot in het Maleisisch, Bantoe en Oud-Oebychs. Maar goed, er zijn toch meer klassieke auteurs, die klassiekers voor op de leeslijst schreven, en zij mogen al blij zijn met de kleinste blijk van herkenning bij het noemen van hun naam. Nee, hoewel ik zeker niet wil uitsluiten dat ik het mij allemaal maar inbeeld, vermoed ik toch dat Bomans raakt aan iets diepers dan jeugdsentiment. Ik heb soms de indruk, dat ieder mens zijn of haar eigen Bomans heeft; ingekleurd met een hoogst persoonlijke associatie of herinnering, die zij koesteren, bewaken en niet kunnen of willen delen. Zoiets als die eerste kus met je achterbuurmeisje. Zoiets als een binnenpretje.

Dat maakt dat Bomans doorgaans niet tot de grote literatoren van ons taalgebied wordt gerekend – om dezelfde reden dat kalverliefde niet als ware liefde wordt gezien, en een binnenpretje niet als echte humor. Het is te weinig mededeelbaar, te klein, te vluchtig, te onbeduidend… Maar toch; iedereen weet dat een binnenpretje soms tot langdurig plezier en zelfs diepe vreugde kan leiden, en dat een kalverliefde, hoewel die inderdaad zelden standhoudt, toch iets is om een leven lang in een stille kamer van het hart te koesteren. Daar, in die paradox, moeten we het genie van Godfried Bomans situeren. Hij raakt aan iets innerlijks, iets intiems – aan iets dat zo groot is als het leven zelf en tegelijkertijd zo klein als, ja, zo klein als een mier of kevertje of vlindertje…

Vlinders
Twee fraaie exemplaren van de blauwgevleugelde Noorse grashalmvlinder. Hoewel deze diertjes prominent figureren in Erik of het klein insectenboek (niet per se de hier gefotografeerde exemplaren, maar desalniettemin: vlinders), gaat het boek ten diepste niet over hen.

Afgelopen zaterdag stonden in de literatuurbijlage van mijn dagblad enkele weinig vleiende kritieken op Erik of het klein insectenboek te lezen; eigenlijk is het toch geen al te best boek, zo concludeerden de fijnzinnige literatuurcritici, het is wat saai en langdradig, en zelfs de zo befaamde humor van Bomans valt bij nader inzien een beetje tegen. Ik snap dergelijke kritieken goed, en wil ze ook niet tegenspreken. Erik is geen grote literatuur, wíl dat ook niet zijn. Het heet niet voor niets een klein insectenboek. In zijn voorwoord bij de achtste druk sprak de auteur de wens uit, dat het boekje in de toekomst ook fysiek wat kleiner zou worden uitgegeven:

“Zó had ik het mij gedacht, in den tijd dat ik nog over den inhoud liep te dromen: een klein, insecterig boekje, dat men op wandeling in den zak kan steken, en dat reeds door zijn bescheiden omvang en nietig lettertje een voorsmaak geeft van den inhoud zelf.”

Of de nieuwste heruitgave voor Nederland leest aan deze wens tegemoet komt, weet ik niet – ik heb vooralsnog weten te verhinderen dat men mij een gratis exemplaar in handen duwde – maar ik vermoed van niet. Het zou me trouwens ook niet verbazen wanneer de vele voorwoorden die Bomans voor de verschillende drukken schreef er uit zijn gelaten – dat zou begrijpelijk zijn, maar jammer, want als de bomansiaanse humor ergens in te vinden is, dan is het wel daar. (Bij de 14 druk uit 1951: “Komaan, weer eens een voorwoordje geschreven. (…) Aanvankelijk, ik beken het vrij, had ik er wel eens moeite mee, maar nu gaat het bijna vanzelf. Soms sta ik op en schrijf zo maar een voorwoordje tot ‘Erik’, bij wijze van oefening.”)

Ik weet wel dat er bij deze nieuwe uitgave een voorwoord van bioloog Midas Dekkers zit, en dat er ook een hele website met bonusmateriaal is; als ik het goed begrepen heb allemaal leuke filmpjes waarin andere biologen en insectologen aan het woord komen. Deze vergissing wil ik de organisatie van Nederland leest ruimhartig vergeven. Het is natuurlijk ook verwarrend; er komen veel insecten en andere kleine diertjes in voor, dus je zou zomaar kunnen denken dat Erik een biologieboek is. Dat is het echter niet. Het is een sprookje, een fabel – en zoals alle sprookjes en fabels die iets voorstellen, willen ze vooral iets diepers zeggen over ons eigen menselijke gedrag. Men had dus beter filmpjes kunnen maken met antropologen, sociologen en filosofen erin (hoewel ik snap dat dat doorgaans wat saaie kost is). Ik bedoel, je belt ook niet met primatoloog Frans de Waal om te vragen of apen inderdaad katten aansporen om kastanjes voor hen uit het vuur te halen, omdat La Fontaine dat toevallig beweerde. (In die vele voorwoorden die nu vermoedelijk geschrapt zijn, maakte Bomans zich trouwens ook herhaaldelijk vrolijk over biologen die het boek bekritiseerden omdat bepaalde anatomische details niet klopten.)

In wezen is Erik een theologische fabel. Dat is van meet af aan duidelijk, al vanaf het door Bomans gekozen motto, een frase van Leonardo Da Vinci: “Wij zijn alle ballingen, levend binnen de lijsten van een vreemd schilderij. Wie dit weet, leeft groot. De overige zijn insecten.” Het boek laat zien wat er overblijft, wanneer we deze platoons-christelijke intuïtie verliezen. Uiterlijk vertoon, ijdelheid. Hommelgeleerdheid en slakkenpraat. Wespenracisme, mierengeweld, het nihilisme van de doodgraver. Erik Pinksterblom probeert de insecten vergeefs enkele hogere noties bij te brengen, zoals zedelijkheid en godsgeloof. Zijn gewoonte om te bidden wordt door de insecten met open mond gadegeslagen.

‘Wat doet u eigenlijk, meneer Pinksterblom?’ vroeg de slak, die gewoonlijk als woordvoerder dienst deed.
‘Ik praat met God,’ legde Erik uit.
‘En wie is God?’ vroeg de slak.
‘God is Hij die mij gemaakt heeft,’ sprak Erik, die zijn catechismus-les tamelijk goed kende.
‘En wie heeft ons gemaakt?’ vroeg de slak.
‘J. Th. van Brienen,’ zeide Erik. Dit was de naam die in den rechterhoek van het schilderij stond.
‘Dus dat is dan ònze God,’ besloot de slak.
Erik schrok hevig, doch er viel niets tegen in te brengen.

Uiteindelijk maakt het Erik eenzaam en melancholisch – een vrolijk sprookje is het niet; maar het zegt des te meer over een samenleving die het eigen kleine wereldje als begin- en eindpunt van alles wenst te zien. Ik hoop dat de vele lezers die nu dankzij de actie Nederland leest (opnieuw) kennis maken met Wollewei en haar bewoners – door al het ongetwijfeld onderhoudende geklets van de biologen heen – het zicht niet verliezen op deze religieuze dimensie van het verhaal.

[Om tot slot nog even schaamteloos reclame te maken: leest allen De honderdjarige! Weet je wat, laat ik er voor deze feestelijke gelegenheid ook een actie tegenaan gooien, ik ben heus de beroerdste niet. Ontvang nu 5 euro korting bij bestelling van het e-book, en betaal nog slechts € 10,-. Gebruik daarvoor bij het afrekenen de kortingscode LEESTBOMANS. Geldig tot en met 30 november 2013. Graag gedaan.] 

2 gedachten over “Wollewei revisited

  1. Pingback:De honderdjarige | Geloven Leren

  2. Sorry Rob, gmail thought you were spam ;)Of course you can crop away at those photos – evienthryg I make here has a creative commons license so as long as you provide a link or give me credit I’m happy for it to be used

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *