De paus en de cijferfetisjisten

De interviews die paus Franciscus geeft aan La Repubblica volgen een vast patroon. De anti-kerkelijke krant stuurt de hoogbejaarde atheïst Eugenio Scalfari op bezoek bij de paus, Scalfari maakt een informeel babbeltje waarvan hij geen opnames en zelfs geen aantekeningen maakt, en achteraf tikt hij uit zijn blote hoofd een impressionistisch verslagje van wat hij gehoord meent te hebben. Dat gaat dan de wereld over, als ware het gezaghebbende uitspraken van de paus zelf.

Ik kan het La Repubblica niet eens kwalijk nemen, want de paus laat het ook wel erg makkelijk gebeuren. Zijn informele stijl is zijn kracht, zeker, maar het wordt steeds duidelijker dat het ook zijn grote zwakte is. Schijnbaar voor de vuist weg laat hij zich ontvallen, dat hij van horen zeggen heeft, dat het pedofiliepercentage onder geestelijken ongeveer 2 procent is. Op welk onderzoek is dat gebaseerd? Gaat het over het heden, het verleden, over verdachte of veroordeelde geestelijken? En wat zegt zo’n percentage überhaupt? Is het veel, weinig? (De paus zelf lijkt in het oorspronkelijke interview te suggereren dat het weinig is; want, zo laat althans Scalfari hem zeggen, zijn medewerkers wilden hem met dat percentage geruststellen, maar het stelde hem niet gerust.)

Nou ja, het blijft dus allemaal volstrekt onhelder. Maar het percentage gaat vervolgens wel rondzingen in de cijferfetisjistische media, alsof het een officieel statistisch rapport van het Vaticaan betreft. Paus zegt ‘dat 2 procent van RK-geestelijken pedofiel is’, kon (onder meer) dagblad Trouw daarom nu koppen. De media gaan vervolgens ook nog eens vrolijk aan het rekenen: 2 procent van wereldwijd ruim 400.000 geestelijken, dat is dus dik 8.000 pedofiele geestelijken. Een volslagen uit de lucht gegrepen getal, pure fictie, van horen zeggen van een journalist die het van horen zeggen van de paus had, die het van horen zeggen van wat niet nader omschreven ‘medewerkers’ had, die het op hun beurt vast ook weer hebben horen zeggen.

Het percentage: ons gouden kalf

Maar wie maalt erom, we hebben het probleem immers tot een behapbaar getal terug kunnen brengen. We kunnen de aard van het probleem niet begrijpen, maar we kunnen het in elk geval kwantificeren: 8.000 geestelijken, hopla, lekker overzichtelijk, die kunnen we bij elkaar zetten op een voetbalveldje en ze dan met rotte tomaten of zwaardere projectielen bekogelen. Denken we. Ons geloof in statistieken is een vorm van bezwerend magisch denken, een haast hysterisch bijgeloof. We kwantificeren, omdat we niet meer weten hoe we moeten kwalificeren.

Overigens, te zijner verdediging: de paus heeft dat óók gedaan, het probleem van pedofilie kwalificeren, en in feite was zijn kwalificatie veel saillanter dan zijn uit de lucht gegrepen kwantificatie. Jammer genoeg werd het veel minder gretig opgepikt. De paus vergeleek het misbruik door geestelijken onlangs namelijk bij meerdere gelegenheden met het uitvoeren van een zwarte mis; een satanische parodie van de katholieke Mis. In de VS is momenteel de nodige ophef onder katholieken omdat satanisten aldaar onder het mom van religieuze vrijheid hun recht opeisen om publiekelijk zwarte missen uit te voeren. Het is dus zeer betekenisvol dat de paus misbruik uitgerekend daar mee vergelijkt, met de grofste belediging aan alles wat katholieken voor goed en waar houden, met de meest valse heiligschennis. In elk geval leert het ons meer over de aard van het probleem, dan wat wij er door dat vertroebelende vliegengordijn van de dubieuze statistieken van kunnen zien.

4 gedachten over “De paus en de cijferfetisjisten

  1. “Ik geloof alleen de statistieken die ik zelf vervalst heb.” Met de cijfers is het oordeel niet gegeven.
    Bij 20% van de ongelukken is er alcohol in het spel. Conclusie is niet: we pakken eerst eens de grote groep ongelukken aan, waar geen alcohol in het spel is, nee, we maken strengere alcohol wetten.
    Bij 2% van de geestelijken komt misbruik voor. Conclusie is niet: wat een opluchting en laten we onmiddellijk het celibaat verplicht maken voor alle mannen. Nee, hoewel bij niet celibatairen tot wel 20% misbruik voorkomt, wijzen velen toch het celibaat als zondebok aan.
    Een feministische groepering kwam met het cijfer dat 80% van de meisjes en vrouwen wel eens “seksueel geïntimideerd” wordt, dat is bijvoorbeeld “nafluiten” of “lekker ding roepen”. Dat zijn schokkende cijfers, want dat betekend dat 20% van de meisjes zo lelijk wordt gevonden dat men niet eens de moeite neemt om die een keer na te fluiten.

  2. Gegeven rapportage Deetman, gegeven de kennelijke non-coöperatie van niet-kerkelijke instellingen inzake misbruik : hoe is het eigenlijk gesteld met het juridische gelijkheidsbeginsel in deze ? Bovendien : inzake mgr Gijsen : die klacht over laster moet toch ergens op te diepen zijn ?

  3. Pingback:Scalfari again | In Caelo et in Terra

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *