De vreugde van sprookjes

final_grimm_clever-web1Een tijdje terug deed ik op dit blog mijn beklag over de fantasieloosheid van veel scheppende kunstenaars in het fantasy-genre. Nu heb ik dat stukje destijds expres een beetje polemisch aangezet (met name door J.R.R. Tolkien, de vader van het  moderne genre, voor een fantasieloze postzegelverzamelaar uit te maken). En wel in de hoop dat er een scherpe en zinnige tegenreactie kwam van mensen die dit genre wilden verdedigen – nou ja, die kwam dus, lees de reacties er maar op na, die zijn eigenlijk interessanter dan het stuk zelf. Afijn, ik moest weer aan deze discussie denken toen ik het werk van de Amerikaanse kunstenaar Cory Codbey ontdekte.

Codbey hield onlangs een expositie van zijn illustraties bij sprookjes van de gebroeders Grimm en andere volksverhalen. Hierboven heb ik één van die prachtige illustraties afgebeeld, op het weblog van Codbey vind je er nog veel meer. Hij lardeert de afbeeldingen met sprekende citaten van de grootmeesters der 20e-eeuwse Engelse vertelkunst: Tolkien natuurlijk, maar ook C.S. Lewis en G.K. Chesterton.

Nu is Cory Codbey natuurlijk zichtbaar schatplichtig aan de grote beeldend kunstenaars van de fantasy. Heel origineel is het allemaal niet. Maar dat geeft ook helemaal niet. Het is sowieso een tamelijk moderne modegril om te veronderstellen dat kunstenaarschap iets met originaliteit van doen heeft, of sterker nog, dat oorspronkelijkheid de kern is van het ware kunstenaarschap, omdat de kunstenaar zich daarmee van de ambachtsman zou onderscheiden. Je kunt kunst en ambachtelijkheid niet van elkaar scheiden, want daarmee maak je de ambacht zielloos (ergo: steriele industriële massaproductie) en de kunst snobistische prutserij (ergo: moderne kunst). 

Hoe dan ook: ondanks dat voor het werk van Codbey hetzelfde verwijt zou kunnen gelden dat ik eerder tegen de fantasy-kunst heb ingebracht, vind ik zijn werk dus schitterend, fenomenaal. Het dwingt me niet zozeer tot een fundamentele herziening van mijn mening, maar wel een aanscherping. De kern van die aanscherping kwam ik op het spoor door het citaat van C.S. Lewis dat Codbey aanhaalt:

“Some day you will be old enough to start reading fairy tales again.”

Voor sprookjes moet je dus ofwel jong genoeg zijn, ofwel oud genoeg. Dan leer je de geest van kinderlijke verbeelding opnieuw begrijpen en waarderen. Fantasy, zoals het zich na Tolkien ontwikkeld heeft, onderscheidt zich op dit punt sterk van sprookjesverhalen. Ik heb in mijn eerdere blogje de doelgroep beschreven: intelligente pubers. En die zijn juist veel te oud én veel te jong om sprookjes op waarde te schatten. Zij voelen zich veel te groot en slim en volwassen voor sprookjes, zij willen hun door trollen en orks bewoonde fantasiewerelden ontzettend serieus nemen. Zij missen de speelse verwondering van het kind, dat vinden ze eigenlijk maar dom… Vandaar dat de meeste fantasy-liefhebbers de Lord of the Rings-trilogie van Tolkien een standaard- en/of meesterwerk vinden, maar tegelijkertijd neerkijken op de Narnia-reeks van Lewis. The Lord of the Rings heeft precies die onuitstaanbare puberale ernst, die geen relativering of milde zelfspot duldt. Wie er oud genoeg voor is, zal inzien dat Narnia duizendmaal diepzinniger is dan The Lord of the Rings, omdat die boeken speelser zijn, rijker aan humor en verbeeldingskracht, kinderachtiger in de beste zin van het woord.

Het is me er niet om te doen om de kameraden Tolkien en Lewis tegen elkaar uit te spelen. Het essay dat je gerust het artistieke en intellectuele credo van Tolkien mag noemen heet immers On Fairy-stories, en niet On Fantasy-stories. In wezen is ook Tolkien een moderne sprookjesverteller – zeker een boek als The Hobbit bevat weldegelijk die speelsheid en luchtige verbeeldingskracht die ik in de Narnia-boeken prees. De sprookjesverteller Tolkien waardeer ik zeer, alleen de fantasy-schrijver Tolkien vind ik tamelijk saai en eendimensionaal.

Terug naar Cory Codbey. Zijn werk is misschien niet origineel, maar het is ook zeker niet fantasieloos. Hij put weliswaar zijdelings uit het beeldenvocabulaire van de fantasy-artiest, maar is op de eerste plaats een sprookjesverteller. Alle citaten die hij aanhaalt gaan over sprookjes, en zijn afbeeldingen zelf raken aan de diepste psychologische lagen van verwondering en vreugde, die het domein van de sprookjes zijn.

6 gedachten over “De vreugde van sprookjes

  1. Fantasy is één van de laatste plekken waar bepaalde dingen nog mogen worden uitgesproken (of waar mensen ze nog lezen zonder justitie erbij te slepen). Goed en kwaad, heldendom, strijd, deugden leven in dit duistere gewest voort. Goed dat je hier aandacht aan besteedt.

  2. Puberale ernst? Ik denk dat The Lord of the Rings meer is dan dat. Het is een verhaal over lijden en genezing, over een reis en een diepere kennis die het de reiziger onmogelijk maakt om zijn leven te hervatten in de samenleving en te doen alsof er niets veranderd is.

    Bovendien zijn er momenten van humor. Bilbo die zich verstopt voor de Buul-Balingsen (dat is toch de vertaling van Sackville-Bagginses?) geeft nauwelijks blijk van ‘puberale ernst’. Aragorn die aan Merijns ziekbed zegt dat het niet zijn taak is om het pijpkruid van een soldaat door heel Midden-aarde heen te sjouwen, weet wat zelfrelativering is.

    Ja, Tolkien is ernstiger dan Lewis, maar dat wil niet zeggen dat Lewis diepzinniger is. Er zijn meer vormen van ernst dan puberale ernst. In het Evangelie is weinig speelsheid en zelfrelativering te vinden, maar ik zou niet graag verdedigen dat Lewis een dieper inzicht heeft dan Johannes.

  3. hm, interessant…ik vind LOTR niet puberaal (en gezien Tolkien’s definitie van de “eucatastrophe”, die onverwachte genade, voldoet het zeker aan de kenmerken van een sprookje) maar ik ben het met je eens dat “de diepste psychologische lagen van verwondering en vreugde het domein van de sprookjes zijn.” (mn BA-scriptie ging over Tolkien en Lewis en hun visie op mythe, en daarvoor heb ik “On Fairy-Stories” natuurlijk vaak aangehaald. tis gaaf).
    Aan de andere kant, ik zie Tolkien niet helemaal als de vader van de moderne fantasy, ik zie fantasy eerder als een continuum, dat al begint met The Beowulf en de OudNoorse sagas, via sprookjes en volksverhalen naar de Victoriaanse fantasy (George MacDonald) en gothic, en dan via Tolkien en Lewis naar moderne fantasy.
    Maar goed, daarom reageerde ik niet,
    ik was alleen benieuwd of je die quote kende van Frederich Buechner (die ik alleen maar ken omdat het vreemd genoeg op de muur stond van een kerkzaal bij een kunstconferentie):

    It is a world of magic and mystery, of deep darkness and flickering starlight. It is a world where terrible things happen and wonderful things too. It is a world where goodness is pitted against evil, love against hate, order against chaos, in a great struggle where often it is hard to be sure who belongs to which side because appearances are endlessly deceptive. Yet for all its confusion and wildness, it is a world where the battle goes ultimately to the good, who live happily ever after, and where in the long run everybody, good and evil alike, becomes known by his true name…That is the fairy tale of the Gospel with, of course, one crucial difference from all other fairy tales, which is that the claim made for it is that it is true, that it not only happened once upon a time but has kept on happening ever since and is happening still.”

  4. @ Turgonian en G.G.: Wat betreft die ernst van Tolkien… natuurlijk, kwalificaties als ‘ernstig’ of zelfs ‘puberaal’ kunnen de LOTR nooit helemaal sluitend beschrijven. Ik zie die boeken weldegelijk als meesterwerk, waar veel meer over te zeggen is dan ik hier doe. Maar die puberale ernst zie ik wel als een aspect ervan, iets dat me op sommige plaatsen in de LOTR opvalt, meer dan in het andere werk van Tolkien.

    @ G.G.: Nee, dat citaat van Buechner kende ik niet, maar het is prachtig, bedankt! Is bij Lewis niet ongeveer dezelfde gedachte te vinden, dat ieder goed sprookje uiteindelijk een echo van het evangelie is? Hoe dan ook, het is een gedachte die mij mateloos fascineert.

    Ik snap je visie op het continuum van fantasy wel, het lijkt een vanzelfsprekende geslachtslijn. Maar ik heb er wel mijn bedenkingen bij, moet ik toegeven. Want een continuum veronderstelt een ononderbroken lijn, en die is niet aanwezig. Om maar wat te noemen: de volksverhalen die in de middeleeuwen een orale traditie vormden, kunnen toch maar amper schatplichtig zijn geweest aan Noorse sagen, aangezien de mensen die verhalen helemaal niet gekend kunnen hebben. In de 19e eeuw, toen het historisch-antropologisch onderzoek wat verder ontwikkeld raakte, ontdekte men veel meer over die volksverhalen van verschillende tijden, de sprookjesschrijvers van die tijd interpreteerden ze als één lijn, en hebben er hun eigen elementen weer aan toegevoegd en er een heel nieuwe draai aangegeven. Daardoor zijn wij die hele verhalentraditie als één traditie gaan begrijpen. Het continuum dat jij beschrijft is zo bezien een uitvinding van de Romantiek.
    Daarmee wil ik er overigens geen oordeel over uitspreken, of het afserveren. Laat ik het zo zeggen: misschien kun je het nog wel het beste zo zien dat het sprookje voortdurend opnieuw uitgevonden wordt, in iedere tijd opnieuw. Dat maakt de stelling van Buechner trouwens des te pikanter, als je het mij vraagt…

  5. Originaliteit is een raar criterium. Het duwt en stuwt de mensheid op naar steeds vreemdere verhalen en afzichtelijker kunst. Daarnaast moet iets niet alleen origineel zijn (welke kunstenaar was dat nu werkelijk in de oude tijd? Homeros? Da Vinci? Sturluson?) maar ook “vernieuwend” met als gevolg dat iets dat vernieuwend en origineel is, gelauwerd ten grave kan gaan…

    Ik heb zelf liever een goed verhaal dan een origineel of vernieuwend. Waarom ik dan “Lady in the Water” een prachtig en “Eragon” een draak van een verhaal vindt?
    Geen idee…misschien goed voor een essay? 🙂

    Verder prima stukken Anton…altijd fijn om te lezen, alleen heb ik te weinig mogelijkheden om te reageren.
    William

  6. Bedankt, William, leuk om te horen. En helemaal mee eens, met wat je zegt over originaliteit. Ik denk dat het probleem met Eragon niet is dat het niet origineel is, maar dat het een fantasieloos en humorloos samenraapsel is dat nooit meer wordt dan de som der delen. Misschien juist omdat de auteur ervan niet jong en niet oud genoeg is om de speelsheid van sprookjes te begrijpen. Vermoed ik. :/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *